Thema's

Waterhuishouding

Droge voeten

Grote delen van onze steden zijn verhard. Neerslag wordt daardoor in hoog tempo afgevoerd in plaats van langzaam te infiltreren in de bodem. Bij hevige regenval kan het afvoersysteem het water niet langer slikken; zo ontstaat wateroverlast. Groene zones in de stad of overstromingsgebieden stroomopwaarts bieden soelaas.

Trends en feiten

Stormen en overstromingen veroorzaken grote economische schade. Door de klimaatwijziging zal het risico op overstromingen nog toenemen. Klimaatmodellen voorspellen immers meer neerslag in Noord-Europa in alle seizoenen.

Meer verharde oppervlakte, meer wateroverlast. Hoe gevoelig een stad of verstedelijkte gemeente is voor wateroverlast, hangt van verschillende factoren af. Steden zoals Antwerpen die laag gelegen zijn, in het benedenstroomse deel van rivierbekkens, hebben meer risico op overstromingen. Verstedelijking, toename van de verharde oppervlaktes en inname van natuurlijke overstromingsgebieden door bebouwing zorgen ervoor dat de bodem minder water kan vasthouden. Het water stroomt sneller af en er ontstaan piekstromen, waardoor het risico op overstromen toeneemt.

Hoe werkt groen?

Groen helpt wateroverlast voorkomen. In een stadsdeel waar meer dan 75 % van de oppervlakte verhard is, stroomt 55 % van de neerslag meteen af. In de natuur is dat slechts 10 %, doordat bodem en planten de neerslag opslorpen. Ter vergelijking: een ‘groene’ tuin zou maar een vijfde van het regenwater afvoeren ten opzicht van een volledig verharde tuin, bijvoorbeeld een terras. Meer en meer Europese steden, zoals Kopenhagen en Frankfurt investeren in meer groen om de toenemende wateroverlast de baas te kunnen. In Frankfurt nam de hoeveelheid water die uit de stad moet worden afgevoerd, hierdoor in 2008 af van 94,2 miljoen m³ tot 65,9 miljoen m³.

Groendaken werken als sponzen. Groendaken houden 50 tot 90 % van het regenwater vast op jaarbasis en beperken daardoor het overstromingsrisico. De capaciteit om water vast te houden varieert wel van seizoen tot seizoen. Een groendak dat door een hevige neerslagperiode met water verzadigd is, zal geen extra neerslag vasthouden.

Ruimte voor water. In de stad moet het water meer ruimte krijgen. In wadi’s en vijvers in de stad kan het water tijdelijk worden opgeslagen bij hevige neerslag. Bepaalde onderzoeken stellen dat de oppervlakte open water in een stad idealiter minstens 10 % moet bedragen van de verharde oppervlakte.


Overstromingsgebieden. De mens heeft de waterlopen doorheen de tijd sterk veranderd. Denk maar aan het draineren van moerasgebieden en landbouwgronden, het rechttrekken en kanaliseren van waterlopen, het verharden van oppervlakten of het indijken van overstromingsgebieden. Die veranderingen verhogen de kans op overstromingen. Overstromingsgebieden stroomopwaarts de stad helpen om dit risico in te perken. Een voorbeeld is het provinciaal overstromingsgebied Koude Beekvallei stroomopwaarts van Antwerpen. Daar kan de Koude Beek bij extreme weersomstandigheden haar overtollig water kwijt voor ze de dorpskern van Borsbeek en verder stroomafwaart via het Groot Schijn Deurne bereikt. Het gebied kan op die manier de stad en omliggende gemeentes beschermen tegen zeer hevige onweer, dat normaal gezien maar eens in de 100 jaar voorkomt. Ondertussen heeft het overstromingsgebied zijn nut al meermaals bewezen.

Aanbevelingen

Voorzie meer vegetatie en onverharde bodems. Wanneer nieuw gebied verhard wordt, is het vaak belangrijk dat dit gecompenseerd wordt door maatregelen op perceelsniveau. Denk maar aan groendaken, waterstockage in regenwaterputten bij particulieren, en wadi’s en extra open water om pieken in de neerslag op te vangen. Een algemene stelregel is dat de oppervlakte open water 10 % zou moeten bedragen van de verharde oppervlakte.

Promoot groendaken. In heel wat Vlaamse steden en gemeenten worden sinds 2002 subsidies gegeven aan particulieren voor de aanleg van een groendak. Groendaken kunnen opgedeeld worden in intensieve, semi-intensieve of extensieve groendaken. Intensieve groendaken hebben een diepere ondergrond en kunnen een bredere waaier planten herbergen, maar ze zijn ook zwaarder en vragen meer onderhoud.

Wat brengt het op?

Groen in de stad, begroeide terreinen, onverharde bodems en groendaken, kunnen de grootte en de kosten beperken van stedelijke infrastructuur om het water af te voeren. Rotterdam maakte de berekening en schat dat de vermeden kost 350 tot 500 euro per kubieke meter wateropslagcapaciteit bedraagt.

In Garland, een stad met ongeveer 230.000 inwoners in Texas (VSA), wordt de jaarlijkse waarde van stadsbomen in het verminderen van de afstroom van regenwater geschat op 2,8 miljoen dollar. Dit is berekend door de kosten op te tellen van alle infrastructuur die gebouwd zou moeten worden om het regenwater op te vangen.

Nuttige links

Groenplan voor de stad. Binnen het overkoepelend groenplan wordt de mileufunctie van groen geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen. Hierbij wordt de werking van groen voor beperking van wateroverlast besproken: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad

Informatie overstromingsgebieden provincie Antwerpen: http://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/dienst-integraal-waterbeleid/projecten/overstromingsgebieden1.html

Binnen de bouwcode zijn er stedenbouwkundige verordeningen van kracht rond hemelwater. De bouwcode kan geraadpleegd worden via https://www.antwerpen.be/docs/Stad/Stadsvernieuwing/Bestemmingsplannen/SVO_11002_233_10007_00002/SVO_11002_233_10007_00002_Index_sv.html

Deze tekst is afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd

Ook de handleiding infiltratie hemelwater uitgewerkt binnen het NGO-netwerk Tandem door Dialoog vzw en VIBE vzw biedt een mooi overzicht voor dit thema. Hij is vrij beschikbaar op: http://www.vibe.be/index.php/40/

Verdere verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

Hitte

Oases van koelte

Hete zomerdagen laten zich in steden nog sterker voelen dan op het platteland. Groene en blauwe elementen in steden helpen om het stedelijk hitte-eilandeffect te temperen.

Trends en feiten

Klimaatwijziging vergt adaptatie. Door de klimaatverandering zullen ook in onze streken meer extreme weersomstandigheden voorkomen. Het gevolg: hittegolven en meer en heviger onweer. De klimaatwijziging beperken is belangrijk, maar ook maatregelen om de negatieve gevolgen ervan te reduceren zijn aan de orde. We zullen ons aan de klimaatwijziging moeten aanpassen of - met andere woorden - ‘adapteren’.

De ruimtelijke planning en ook de stadsplanning van de toekomst zullen steeds meer rekening moeten houden met de noodzaak van klimaatadaptatie. In steden is bijvoorbeeld het probleem van hittegolven nog meer uitgesproken dan op het platteland. Dat komt door het ‘stedelijke hitte-eilandeffect’ (zie kader). Groen in de stad en ook waterpartijen helpen dat effect te temperen. Op warme zomerdagen zijn vooral parken in dichtbevolkte steden een bron van verkoeling.

Hoe helpt groen?
Hoe komt het dat groenelementen voor afkoeling in de stad zorgen?

  • In de eerste plaats zorgen bomen, groendaken en gevelbegroeiing voor schaduw. Doordat groenelementen de zonne-inslag beperken, voorkomen ze dat gebouwen op zonnige dagen overmatig opwarmen. Het effect is het grootst als groenelementen schaduw geven aan airco-installaties en aan ramen en muren aan de kant met de meeste zonne-instraling.

  • - De schaduwzones gecreëerd door groen op pleinen en in straten zorgt voor een aangenamer buitenklimaat overdag. Voetgangers en recreanten worden afgeschermd van rechstreekse zonnestraling.

  • Planten hebben op warme dagen ook een koelend effect omdat ze aan evapotranspiratie doen. Bij die verdamping via de bladeren onttrekken planten heel wat energie en dus warmte aan hun omgeving. We spreken ook van het oase-effect. Mensen gaan zich daardoor comfortabeler voelen en hebben minder nood aan airco. In Japan bijvoorbeeld werd het koelende effect van natte rijstvelden rond Tokyo gemeten tot op 150 meter in de woonwijken. In Vlaanderen kunnen groen-blauwe stadsoppervlakten eenzelfde effect hebben, vooral wanneer ze inspelen op de overheersende zuidwestenwind in België.

Groendaken en gevelbegroeiing. Groendaken zijn erg doeltreffend om de omgevingstemperatuur te verlagen. Boven een groendak kan de omgevingstemperatuur tot 40°C lager zijn dan boven een klassiek dak, waar de temperatuur kan oplopen tot 70°C. Zeker als een stad of gemeente op grote schaal investeert in groendaken, kan het dempende effect op de temperatuur in de stad behoorlijk zijn. Ook gevelbegroeiing heeft een koelend effect en het effect hiervan op het straatniveau is vermoedelijk groter dan dat van groendaken.

Warmteverliezen verminderen? Op koude winterdagen kan groen als windstopper werken en zo warmteverliezen verminderen, hoewel dit eerder geval is bij open bebouwing en dus minder speelt in een stedelijke context. De effectiviteit van bomen als windstopper hangt af van hun hoogte, omvang en massa. Vooral groenblijvende naaldbomen aan de noordzijde van gebouwen kunnen een bijdrage leveren.

Aanbevelingen

  • Groene daken en gevels zijn goed voor het lokale klimaat. Promoot de aanleg van groendaken en gevelgroen om opwarming op warme, zonnige dagen te beperken.

  • Verhoog beschaduwing door loofbomen te planten aan de zonnekant van gebouwen. Plant groenblijvende (naald)bomen aan de noordkant van gebouwen om energieverliezen op koude (winter)dagen te beperken. Stel airco-installaties niet bloot aan de zon; beschaduw ze met planten, struiken of bomen.

  • Creëer groene wadi’s (laagte waarin regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren), waterpartijen of grotere groenelementen (groter dan 5 hectare) windopwaarts van residentiële en commerciële bebouwingen. Waterplanten versterken het effect nog; ze zorgen voor meer verdamping.

  • Groter is beter. Het koelende effect van plantengroei en waterpartijen hangt af van hun grootte, opbouw en samenstelling. Op eenzelfde oppervlakte zal het effect van een grasveld bijvoorbeeld beperkter zijn dan van een waterpartij in combinatie met struiken en bomen. Uit studies blijkt ook dat groenelementen minstens 5 hectare groot moeten zijn om de temperatuur van de ruime omgeving te kunnen beïnvloeden. Ook de uitvoering van de groenelementen speelt mee. Ommuurde groenelementen verhinderen bijvoorbeeld de luchtcirculatie, waardoor het temperatuureffect sterk vermindert

Hitte-eilandeffect maakt steden warmer

Het temperatuurverschil tussen steden en het landelijke gebied errond bedraagt gemiddeld enkele graden. Op zich geen probleem zou je denken, ware het niet dat het verschil in temperatuur bij een hittegolf nog versterkt wordt en kan oplopen tot 8 graden. We spreken ook van het stedelijke hitte-eilandeffect.

Het hitte-eilandeffect heeft vooral ’s nachts kwalijke gevolgen. Steden koelen na zonsondergang minder snel af, waardoor het tijdens een hittegolf ook ’s nachts erg warm blijft. Bij heel jonge, oude of zwakke mensen kan dat gezondheidsproblemen veroorzaken en zelfs fataal worden. Tijdens de hittegolf in de zomer van 2003 vielen er alleen al in Parijs duizenden doden door de extreme hitte.

Het hitte-eilandeffect heeft verschillende oorzaken. Steden absorberen meer warmte, doordat ze meer beton en steen bevatten (en andere bouwmaterialen met een hoge warmtecapaciteit). Die materialen slaan overdag warmte op en geven die ’s nachts weer af. Ook asfalt, een donker materiaal, neemt erg veel zonnestraling op. Daarnaast wordt er in steden minder warmte uitgewisseld met de atmosfeer. Door een gebrek aan bomen en planten in de stad is er dan weer weinig verkoeling. Bovendien produceren ook het verkeer en allerhande toestellen in de huizen heel wat warmte.

Als de aarde nog verder opwarmt, zal het stedelijke hitte-eilandeffect nog toenemen.


Wat brengt het op?

Minder hitteoverlijdens. Dankzij groen in de stad wordt het stedelijke hitte-eilandeffect getemperd, wat vroegtijdige overlijdens ten gevolge van hitte beperkt.

Energiebesparing. In de Verenigde Staten en ook in Nederland heeft men de energiebesparing berekend die het gevolg is van meer groen in steden. Die studies geven aan dat planten en bomen in steden een energiebesparing van 6 tot 30 procent opleveren. Voor Rotterdam is becijferd dat het elektriciteitsverbruik van bedrijven en winkels met 6 procent zou kunnen verminderen als het hitte-eilandeffect in het centrum gedeeltelijk uitgeschakeld kan worden. Over de hele stad gerekend zou dat een besparing betekenen van 10 miljoen kilowattuur of ongeveer 2,5 miljoen euro per jaar. Minder energieverbruik zal ook de uitstoot van schadelijke stoffen reduceren, wat dan weer een positief effect heeft op de luchtkwaliteit en de gezondheid van de bewoners.


Nuttige links

Groenplan voor de stad. Binnen het overkoepelend groenplan wordt de mileufunctie van groen geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen. Hierbij wordt de werking van groen voor hittebeperking besproken: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad

Deze tekst is afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd

Verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.


Luchtkwaliteit

De stad haalt weer adem

Luchtverontreiniging, met name door fijn stof, zorgt voor gezondheidsproblemen in het drukgebruikte Vlaanderen. Groen filtert fijne stofdeeltjes uit de lucht. Wanneer groen op de juiste plaats en manier is ingeplant kan de luchtkwaliteit in de stad hierdoor verbeteren. In straten met veel verkeer is omzichtigheid geboden als bomen worden aangeplant. Om de luchtkwaliteitssituatie echter drastisch te verbeteren blijven bronmaatregelen (verkeer, industrie, verwarming) noodzakelijk.



Trends en feiten

Groen werkt als een filter. Planten en bomen filteren verschillende verontreinigende componenten uit de lucht. Denk maar aan zwevend stof, gasvormige polluenten zoals ozon en stikstofoxiden, pcb’s en dioxines, … Hoe uitgesproken die filterende werking is, hangt af van het vegetatietype, de soort verontreiniging, en de locatie en inplanting van de vegetatie.

  • Vegetatietype. Bomen zijn het meest doeltreffend in het vastleggen van schadelijke stoffen. Over het algemeen neemt de effectiviteit af van bomen, via heesters en kruidachtigen naar gras. Op een bos wordt 2 tot 16 keer meer stof afgezet uit de atmosfeer (‘depositie’) dan bij struiken of lage planten. Grote, oudere bomen zijn betere filters dan jonge exemplaren. Zo heeft een beuk met een stamdiameter van 20 centimeter de capaciteit om 130 gram fijn stof per jaar te verwijderen, terwijl die capaciteit bij een beuk met een stamdiameter van 1 meter 10 keer groter is. Ook naaldbomen hebben over het algemeen een grote filtercapaciteit. Dat komt omdat ze een grotere totale bladoppervlakte hebben en een fijne naaldstructuur. Bovendien verliezen naaldbomen hun naalden niet in de winter, en dan is de luchtkwaliteit meestal slechter. Naaldbomen zijn gevoeliger voor luchtverontreiniging en loofbomen blijken beter gassen te absorberen. Een menging van soorten biedt de beste garantie voor een effectieve filtering.

  • Type van verontreiniging. Naalden zijn het meest doeltreffend om fijne stofdeeltjes uit de lucht te halen. Ook bladeren met een ruw bladoppervlak zijn geschikt. Gasvormige componenten zoals stikstofoxiden en ozon worden het best geabsorbeerd door bladeren van loofbomen.

  • Plaats van de vegetatie. De filtering is het meest effectief als de bomen zo dicht mogelijk bij de vervuilingsbron worden geplant. De beplanting is het best niet te dicht, zodat de luchtstroom erdoor kan. In straten kunnen bomen de luchtsnelheid verlagen, waardoor de verontreiniging door verkeer plaatselijk kan toenemen. Dit speelt het sterkste in ‘street canyons’, straten die aan beide kanten hoog bebouwd zijn, waardoor er weinig ventilatie is. In zulke nauwe straten met veel verkeer zijn vanuit het oogpunt van de luchtkwaliteit bomen het best te vermijden, ofwel plant je ze daar beter niet te dicht bij elkaar. Zorg er ook voor dat de kruinen voldoende lucht doorlaten. Gevelbegroeiing is een alternatief: de filterende werking is aanzienlijk en gevelgroen beïnvloedt de luchtcirculatie niet.

  • Groen verwijdert ozon. Naast fijn stof is ook ozon een probleem in Vlaanderen. Er wordt bovendien verwacht dat de klimaatwijziging de ozonconcentraties nog zal doen toenemen. Dat geldt zeker voor steden, waar ook het hitte-eilandeffect speelt. Groen vermindert de ozonconcentraties in de stad. Dat is bijvoorbeeld aangetoond in Rome. Daar berekende men dat de ozonverwijdering door bomen de stad jaarlijks 4 miljoen euro oplevert. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) heeft berekend dat een verdubbeling van de stedelijke vegetatie in de agglomeratie Antwerpen de lokale ozonconcentraties met 4 procent kan verminderen. Niet elke boomsoort is even geschikt om ozon te verwijderen. Soorten zoals plataan, eik, wilg en populier werken de ozonvorming zelfs in de hand. Berk, es, iep en linde zijn wél goede ozonfilters.

Aanbevelingen

Hoe kun je stadsgroen het best inplanten om het effect op de luchtkwaliteit zo groot mogelijk te maken? Enkele tips.

  • In drukke straten met veel verkeer waar veel mensen worden blootgesteld aan fijn stof, is omzichtigheid geboden. Gebruik hier groenelementen die de luchtcirculatie minimaal verstoren. Vermijd aaneengesloten bomenrijen in drukke, smalle straten met hoge bebouwing langs beide kanten (street canyons).
  • Ook gevelgroen filtert de lucht. Vooral wingerd en klimop zorgen voor een hoge dichtheid aan bladeren en zijn erg effectief voor het verwijderen van fijn stof uit de lucht.
  • Dicht bij grote bronnen van luchtverontreiniging, op plaatsen waar weinig mensen worden blootgesteld, kunnen bomen wél nuttig zijn.
  • Plant bomen om geparkeerde auto’s te beschaduwen. Zo verdampen er minder vluchtige organische stoffen uit de benzinetanks. Indien bomen niet mogelijk zijn of de luchtcirculatie te veel beperken, maak dan gebruik van groene dakstructuren en pergola’s.

Waar moet je op letten?

  • Creëer voldoende variatie om de cocktail van verontreiniging efficiënt aan te pakken. Gebruik groenblijvende naaldbomen voor een effectieve opname van fijn stof tijdens het hele jaar, loofbomen met ruwe of behaarde bladeren voor de opname van fijn stof en loofbomen met platte en brede bladeren voor de opname van stikstofoxiden en ozon. Combineer bomen met een ondergroei van kruidachtigen en struiken.
  • Zorg dat de kruin van de boom voldoende lucht kan doorlaten. De porositeit moet meer dan 50 procent bedragen.
  • Plant waar mogelijk de bomen in lijnen loodrecht op de overheersende windrichting van de verontreinigde lucht.
  • Voorkom dat de bomen de windsnelheid dicht bij de bron te veel dempen.
  • Plant genoeg bomen om de filtercapaciteit te vergroten.
  • Zorg voor de juiste groeiomstandigheden, want gezonde, goed groeiende bomen hebben het grootste effect. Zorg er ook voor dat de bomen volwassen kunnen worden. Gebruik geen soorten die gevoelig zijn aan luchtverontreiniging.

Wat brengt het op?

Luchtverontreiniging heeft een impact op onze gezondheid. Vooral fijn stof vormt in Vlaanderen een groot probleem. Dat fijne stof is afkomstig van roetemissies van het verkeer en van uitstoot door de industrie, zowel in Vlaanderen zelf als in de ons omringende landen. Overal in Vlaanderen heeft de hoge concentratie fijn stof negatieve gevolgen voor de volksgezondheid. Het loont dus vast en zeker de moeite om te investeren in maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren. Groen is daar één van.

Slechte luchtkwaliteit, dalende levensverwachting. Recente studies tonen aan dat een daling in de blootstelling aan fijn stof tot een stijgende levensverwachting leidt. Wetenschappers hebben berekend dat een Vlaming tegenwoordig gemiddeld één gezond levensjaar verliest van zijn totale levensduur. Dat stemt overeen met ongeveer 6 procent van de totale ziektelast in Vlaanderen. Fijn stof is in zijn eentje verantwoordelijk voor ongeveer 70 procent van de totale ziektelast veroorzaakt door milieuverontreiniging. Op basis van de gevolgen voor ziekte en vroegtijdig overlijden kan men een inschatting maken van de maatschappelijke kost.

Groene filters in cijfers

Plantensoort

Verwijdering van fijn stof per jaar

beuk met een stamdiameter van 20 cm

130 gram per boom

beuk met een stamdiameter van 100 cm

1.300 gram per boom

grove den met een stamdiameter van 20 cm

150 gram per boom

grove den met een stamdiameter van 100 cm

1.300 gram per boom

mos

14 gram per m2

klimop

6 gram per m2

wilde wingerd

4 gram per m2

groendak met sedum (vetplant)

0,15 gram per m2


Kilo’s fijn stof, polluentconcentraties?
Zoals de cijfers aangeven kan vegetatie aanzienlijke hoeveelheden fijnstof uit de stadslucht filteren. Dit draagt bij tot verbeteringen in de lokale luchtkwaliteitssituatie tot maximaal ongeveer 5%. Naarmate de afstand tot het groen in de stad toeneemt, neemt het effect snel af. Groenmaatregelen zorgen dus voor effecten in hun onmiddellijke nabijheid. Indien vegetatie de omgeving afschermt van een sterke pollutiebron kan het effect verder oplopen. Een stevige groenbuffer kan zo voor 15% daling in de impact van lokale emissiebronnen zorgen.

Nuttige links

Groenplan voor de stad. Binnen het overkoepelend groenplan wordt de mileufunctie van groen geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen. Hierbij wordt de werking van groen als luchtfilter besproken: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad

Deze tekst is afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd.

Een uitgebreid VITO-rapport over de effecten van wegbegeleidend luchtgroen op de luchtkwaliteit is te vinden via https://vito.be/files/eindrapport-modellering-luchtgroen.pdf

Verdere verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

Geluid

Groen verbetert het geluidsklimaat. Ongeveer een kwart van de Vlamingen ondervindt hinder door geluidsoverlast, in steden is dit nog meer. De belangrijkste bron van geluidsoverlast is verkeer. Vegetatie die het geluid dempt, is niet alleen goed voor de (nacht)rust van de bewoners; het bevordert ook het werken en leren in de stad én onze gezondheid.

Trends en feiten

Groen is een belangrijke geluidsdemper. Stedelijk groen biedt de mogelijkheid om maatregelen te nemen om geluidshinder te verminderen. Zo werd in het verleden in detail bekeken op welke manier bomenrijen de efficiëntie van een geluidsscherm kunnen verbeteren bij wind, en hoe dit geoptimaliseerd kan worden naar soortkeuze en kruinvorm. Het gebruik van groendaken om een stille zijde te creëren rond een woning is een andere onderzoekslijn. Daaruit blijkt dat groendaken een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan geluidshinderreductie en beperking van slaapverstoring in de stedelijke omgeving, Verder werd in detail gekeken hoe een klassieke (smalle) bomengordel zou moeten ontworpen worden om significante geluidsreductie te verkrijgen. Nieuwe simulatietechnieken duiden aan dat bij een goed ontwerp geluidsreductie wel degelijk mogelijk is. Ook werden recent studies verricht naar een optimale natuurlijke berm als geluidsreducerende oplossing, zowel wat betreft begroeiing als profielvorm.

Hoe helpt groen?

Planten dempen het geluid, maar hoe werkt dat? Verschillende fysische processen zijn verantwoordelijk voor de geluidsdempende werking van planten: verstrooiing, absorptie en afscherming.

  • Vooral verstrooiing door stammen en takken zorgt voor een afname van het geluidsniveau omdat er minder direct doorgaand geluid is.
  • Bladeren dempen het geluid nauwelijks of niet omdat ze veel te licht zijn: ze trillen gewoon mee met het opvallende geluid en geven dat vrijwel zonder verlies door. Bij takken met dicht op elkaar staande naalden kan de absorptie wat groter zijn.
  • Groene afscherming is eigenlijk vooral bij een dichte laag effectief. Een scherm van wilgen of begroeid met klimop is op zichzelf niet voldoende dicht. Dat kan wel als de begroeiing dient ter verfraaiing van een (bijvoorbeeld metalen of stenen) scherm.

Het geluid wordt ook indirect gedempt, door absorptie door de onverharde bodem waar de planten op groeien en door de verminderde windsnelheid. Vooral de oppervlakte en de hoogte van de begroeiing hebben een invloed op de demping. Niet alleen vrijstaande groenelementen, maar ook groendaken en begroeide aarden wallen absorberen het geluid.

Vegetatie kan ook een positief psychologisch effect hebben: als iemand de geluidsbron niet direct waarneemt, ervaart zij die als minder storend.

Bovendien heeft groen ook een maskerend effect. Zo worden ruisende bladeren vaak als positief ervaren en camoufleren ze het storende geluid van bijvoorbeeld verkeer.

Nuttige links


In het kader van het HOSANNA project (“HOlistic and Sustainable Abatement of Noise by optimized combinations of Natural and Artificial means”, EU FP7 project, 2009-2012), dat specifiek handelde rond het gebruik van vegetatie/groene oplossingen om geluidsproblemen te beperken, werd heel wat ervaring opgebouwd door Universiteit Gent. De informatie kan online geraadpleegd worden: http://cordis.europa.eu/project/rcn/93404_en.html

Groenplan voor de stad. Binnen het overkoepelend groenplan wordt de mileufunctie van groen  geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen. Hierbij wordt de werking van groen naar geluidsoverlast besproken:https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad

Deze tekst is deels afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd.

Verdere verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

Biodiversiteit

Fauna en flora in de stad

Steden en verstedelijkte gemeenten herbergen een rijkere biodiversiteit dan je op het eerste gezicht zou denken. In Vlaanderen is de biodiversiteit in steden bijvoorbeeld groter dan op de gemiddelde akker of weiland. Tuinen, parken, ruigten en kerkhoven zijn de stedelijke hotspots voor biodiversiteit.

Trends en feiten

In steden leven doorgaans minder planten en dieren dan in natuurgebieden. De oppervlakte aan groen is er immers beperkt. Toch hebben verstedelijkte gebieden specifieke kenmerken, die heel eigen mini-ecosystemen vormen. Zo heerst er in steden een heel ander klimaat dan op het platteland. De bodem is er vaak sterk aangerijkt met voedingsstoffen, en meestal droger dan buiten de stad. Doordat de zon op huizen en gebouwen schijnt, kent een stad veel microklimaten. Die typische omstandigheden trekken een specifieke mix van soorten aan. Plantensoorten van schrale bodems hebben bijvoorbeeld weinig kans in onze steden. Maar soorten uit zuidelijke streken voelen zich er wel vaak thuis. De rijke biodiversiteit in steden heeft nog een andere oorzaak. Stadsbewoners loodsen veel planten- en diersoorten binnen.


Enkele vaststellingen:

  • Hoe groter de stad, hoe groter het aantal plantensoorten.

  • De merel, spreeuw, duif en huismus doen het in de stad beter dan daarbuiten. Insectenetende soorten vind je veel minder in verstedelijkte omgevingen. Maar de vogelpopulatie in de stad verandert ook. Soorten zoals de gierzwaluw zijn teruggedrongen naar verwaarloosde wijken. Bepaalde soorten, zoals de reiger, meerkoet en wilde zwaan, worden minder schuw en zoeken drukkere gebieden op. Sommige exotische soorten, zoals de Nijlgans en Canadese gans, komen meer voor.


Stadssoorten zijn vaak in kleine populaties aanwezig. Dat betekent dat het verdwijnen van groenelementen ook het einde kan betekenen van een specifiek ecosysteem of een welbepaalde soort. Daarom is het belangrijk om populaties uit hun isolement te halen. Dat kan door corridors aan te leggen tussen tuinen, parken, ruigten en kerkhoven. Tuinen zijn bijvoorbeeld echte hotspots van biodiversiteit. Het geheel van tuinen, ook het ‘tuinencomplex’ van een stad genoemd, vormt een groen netwerk, met heel wat mogelijkheden voor natuurontwikkeling. De kwaliteit van tuinen kan worden verhoogd door veel kleine ingrepen. Denk maar aan het gebruik van autochtoon plantgoed, het aanplanten van vlinder- en bijenstruiken, het installeren van nestkastjes en insectenhotels, enzovoort. Ook het openbare domein kan zo worden ingericht dat de biodiversiteit erop vooruitgaat. De aanbevelingen voor meer groen in deze brochure helpen alvast een stevige hand.


Nuttige links


Groenplan voor de stad. Binnen het overkoepelend groenplan wordt de ecologische functie van groen geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad

Deze tekst is afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd.

Verdere verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

CO2-opname

Trends en feiten

Mondiale klimaatregulatie, koolstofopname door biomassa en bodem. Planten zetten CO2 om in biomassa. Dat proces noemt men fotosynthese. CO2 is een belangrijk broeikasgas, dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. CO2 levert een belangrijke bijdrage aan de klimaatopwarming. Om die reden wordt CO2-opname (of: koolstofopname) gezien als een ecosysteemdienst. Hoe meer atmosferische koolstof wordt vastgelegd in biomassa, en vervolgens in de bodem, hoe minder deze kan bijdragen tot klimaatopwarming.

A diagram describing the multiple ways that carbon can move into and out of a forested ecosystem.

Figuur: Processen CO2-opname, Bron: US Environmental Protection Agency (EPA)

Koolstofopslag in de bodem. De grootste koolstofvoorraad is wereldwijd aanwezig in de bodem. Het aanvullen van de koolstofvoorraad (=koolstofopname) in de bodem gebeurt door alle types vegetatie. Wel vergen sommige vegetatietypes (b.v. gazon) voor hun onderhoud meer uitstoot van fossiele brandstoffen dan andere (b.v. bos). Daardoor kan de netto koolstofopname verminderen of zelfs negatief worden. Bodems onder natuurlijke ecosystemen vertonen doorgaans grotere koolstofvoorraden dan deze onder intensief landgebruik. De koolstofvoorraden zijn groter in bosbodems en permanent grasland dan in bodems van tijdelijk grasland of akkerbodems. Bij permanent grasland neemt de koolstofvoorraad toe, terwijl bij akkerbouw en tijdelijk grasland de koolstofvoorraad afneemt. Vooral moerassen en historische veenbodems bezitten grote hoeveelheden koolstof. Voor urbane gebieden is de koolstofvoorraad in de bodem erg variabel en onzeker. Bij urbanisatie wordt namelijk vaak de bovenste, meest koolstofrijke bodemlaag afgegraven.

In steden bevindt 97% van de koolstof in biomassa zich in bomen. Voor de koolstofvoorraad in biomassa zijn bomen het meest , zeker de bomen die de kans krijgen oud te worden.

Nuttige links


Verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

Recreatie en nabijheid van groen

Groen in de stad trekt recreanten en toeristen aan. Dat verhoogt de welvaart en levert economische baten op. Parken geven de sociale interacties in de stad een boost. Stadsparken blijken een breder publiek te bereiken dan niet-stedelijke groene gebieden. Verschillende sociale groepen vinden er elkaar. Dit stimuleert de samenhang in de stad.

Trends en feiten

Groene ruimte in de buurt. Om recreanten aan te trekken is het belangrijk dat groen nabij en toegankelijk is. Hoe meer bezoeken, hoe groter de voordelen zijn op het vlak van welvaart en economie. Mensen gaan meer in het groen wandelen als de afstand tot dat groen niet al te groot is en de weg ernaartoe aantrekkelijk en veilig is. In Vlaanderen is er groene ruimte op een gemiddelde afstand van 484 meter van de bebouwde ruimte. De gemiddelde afstand per gebied varieert echter sterk. In veel Vlaamse steden is er behoefte aan meer groen op verschillende schaalniveaus.

De Vlaming houdt van groen. Vlamingen hebben een hoge waardering voor parken en openbaar groen. Van alle Vlamingen geeft 80 procent aan dat ze zich goed voelen dankzij een eigen tuin. Voor ruim 60 procent is een goed gevoel gekoppeld aan het voorkomen van openbaar groen in de omgeving. Omgekeerd geldt hetzelfde: meer dan 50 procent van de Vlamingen voelt zich minder goed door het ontbreken van openbaar groen. Voor meer dan de helft van de mensen die bijvoorbeeld van de Leuvense binnenstad naar de stadsrand verhuisden, bleek het gebrek aan groen een van de hoofdmotieven te zijn.

De groene ruimte is druk bezocht. Jaarlijks worden meer dan 200 miljoen parkbezoeken afgelegd in Vlaanderen. Een gemiddeld bezoek duurt anderhalf uur. De Vlaming bezoekt zo’n dertig keer per jaar een park en brengt er jaarlijks 54 uur door. Publiek toegankelijk stedelijk groen wordt druk bezocht. Zo telt het domein Bovy (Heusden-Zolder, 35 hectare) 250.000 bezoekers per jaar, of meer dan 7.000 bezoekers per hectare per jaar. Het grotere boscomplex Meerdaalwoud-Heverleebos (1.890 hectare) trekt naar schatting 750.000 bezoekers aan, wat overeenkomt met jaarlijks 397 bezoekers per hectare.

Natuureducatie in de stad

Contact met de natuur ontspant niet alleen, het heeft ook een educatieve waarde. Groen in de stad biedt een kader voor natuurbeleving en -ervaringen.

Al sinds het einde van de 19de eeuw bepleiten pedagogen en onderwijsvernieuwers het contact met de natuur. Vandaag zijn er heel wat organisaties die als doel hebben volwassenen, kinderen en jongeren dichter bij de natuur te brengen: Milieu op school (MOS) van de Vlaamse overheid, Natuurpunt Educatie, het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie (CVN), … . Ook Inverde doet aan natuureducatie door opleidingen in bos-, groen- en natuurbeheer te organiseren. Vlaanderen telt ook heel wat bezoekerscentra. De meeste liggen bij grotere natuurgebieden, maar enkele ook in verstedelijkte centra. Het Natuurpunthuis in Turnhout heeft bijvoorbeeld een educatieve stadstuin die veel gebruikt wordt door scholen. Andere bezoekerscentra aan de rand van stedelijke kernen zijn De Bourgoyen in Gent en het Molsbroek in Lokeren. Antwerpen heeft Natuur.huis Galgeschoor met aandacht voor de natuurwaarden van brakwaterschorren.

Hoe werkt groen?


Minder ziekteverzuim.
Groen verhoogt de arbeidsproductiviteit en vermindert het ziekteverzuim, doordat het een positief effect heeft op onze fysieke en geestelijke gezondheid.

Sociale interacties in het groen. Om de sociale cohesie in steden in een multiculturele samenleving te verbeteren, is integratie van verschillende groepen cruciaal. Groene ruimtes zijn bij uitstek plekken waar mensen van uiteenlopende origine, leeftijden en achtergronden elkaar ontmoeten. Terwijl ze luieren, picknicken of sporten staan mensen meer open voor indrukken van buitenaf. Openbare, groene ruimtes zetten aan tot interacties tussen mensen. Uit Amerikaanse studies blijkt ook dat meer groen in een stedelijke omgeving tot minder criminaliteit leidt.

Hechte band met het park. Onderzoek toont aan dat mensen een band krijgen met het park. Dit versterkt op zijn beurt de verbondenheid met de omgeving en met de mensen die er wonen en in het park komen.

De baten van stadslandbouw

Stadslandbouw zit in Vlaanderen in de lift. Er zijn dan ook veel voordelen aan verbonden. Via volkstuintjes en community supported agriculture (CSA, ook gemeenschapslandbouw genoemd) stimuleert stadslandbouw het sociale contact tussen bevolkingsgroepen. De korte keten bij CSA, met een rechtstreeks contact tussen producent en consument, verkleint de kloof tussen stad en platteland.

Volkstuinen stimuleren contacten in de stad. Antwerpen telt momenteel ongeveer 1.600 volkstuinen. Hun rol in de voedselvoorziening is zeer klein, al kan berekend worden dat gezinnen met een volkstuin van ongeveer 200 m² jaarlijks tot 700 euro kunnen besparen. Volkstuinen vormen vooral een grote meerwaarde op sociaal vlak. Ze vormen een bindmiddel tussen bewoners van verschillende afkomst. Er bestaan zelfs initiatieven die specifiek bedoeld zijn om sociaal zwakkere groepen te betrekken. Hoewel de bijdrage aan de voedselproductie beperkt is, kunnen volkstuinen gezinnen helpen om in kwaliteitsvolle en gezonde voeding te voorzien. Volkstuinen brengen bovendien kinderen in contact met groen en met gezond eten en hebben dus een belangrijke educatieve waarde. Stadslandbouw kan ook ouderen uit hun sociale isolement halen. Verwacht wordt dat de vraag naar volkstuinparken in de toekomst alleen maar zal groeien door de toenemende vergrijzing en immigratie.

Volkstuinen in combinatie met stadsgroen. Volkstuinen kunnen de kosten van stedelijk groen drukken. Zo zijn de onderhoudskosten van volkstuinparken minimaal in vergelijking met andere publieke parkstructuren. De gebruikers staan immers in voor het onderhoud van hun eigen percelen en de gemeenschappelijke infrastructuur. Door volkstuinen te integreren in publieke parken dalen de beheerkosten van het openbare groen. Meer informatie rond volkstuinen vindt u hier: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052239d8a6ec798b4906/volkstuinen

Een samentuin is een stuk braakliggende grond waar bewoners samen ecologisch moestuinieren. Er komen steeds meer samentuinen in de stad. Een samentuin is niet hetzelfde als een volkstuin. Volkstuinen zijn privé percelen akkergrond met een tuinhuisje of kofferbak, die gelegen zijn in een volkstuincomplex. Een samentuin is een gemeenschappelijke tuin waar buurtbewoners samen tuinieren. Volkstuinen hebben een gemiddelde oppervlakte tussen 80 en 200 m2 en tuiniers betalen jaarlijks huurgeld voor het gebruik ervan. Samentuinen variëren sterk qua oppervlakte en zijn meestal gratis. Voor het bekomen van een volkstuintje zijn er wachtlijsten. Meer informatie rond samentuinen in Antwerpen via Ecohuis: http://ecohuis.antwerpen.be/Ecohuis/Ecohuis-Hoofdnavigatie/Bewoners/Groen-en-dieren-in-de-stad/Samentuinen.html

Nuttige links


Groenplan voor de stad.
Binnen het overkoepelend groenplan wordt de gebruiksfunctie van groen geanalyseerd specifiek voor stad Antwerpen: https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a4c/een-groenplan-voor-de-stad


Het netwerk rond stadslandbouw in Antwerpen: http://www.stadslandbouwantwerpen.net/.

Deze tekst is afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd.

Verdere verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur vindt u in de literatuurstudie.

Lichaamsbeweging

Door de nabijheid van groen zijn mensen veel meer geneigd om te bewegen.

Steeds minder Vlamingen halen de dagelijks aanbevolen hoeveelheid beweging. Een kwartiertje per dag wandelen of fietsen heeft al een positief effect op de gezondheid. Groen in het openbaar domein maakt het aantrekkelijker om te bewegen.

Trends en feiten

Lichaamsbeweging als krachtig medicijn.
Voldoende lichaamsbeweging vermindert het risico op hart- en vaataandoeningen, een hoge bloeddruk, osteoporose, overgewicht, diabetes type II en depressie. Bewegen kan rugklachten voorkomen, ontspant en vermindert stress en kan de slaapgewoonten verbeteren. Het is dus het goedkoopste en meest krachtige medicijn.

Maatschappelijke kost inactiviteit.
Wereldwijd is het feit dat mensen steeds minder gaan bewegen een opkomend probleem. Minder dan 15% van de Vlaamse jongeren en minder dan 40% van de Vlaamse volwassenen haalt de beweegnorm1. Bijna één op vijf jongeren kampt met overgewicht. De helft van de Vlaamse volwassenen is te dik.

Volgens de berekeningen kostte fysieke inactiviteit de gezondheidszorg wereldwijd 53,8 miljard dollar (48,5 miljard euro) in 2013. Daarvan werd bijna dertig miljard euro betaald door de overheid, elf miljard door de private sector en meer dan zeven miljard door gezinnen.

Voortijdige overlijdens die te wijten zijn aan te weinig lichaamsbeweging werden berekend op 12,5 miljard euro verlies door het wegvallen van productiviteit. De resultaten van de studie zijn verschenen in The Lancet. (IPS)

Preventieve gezondheidsmaatregelen zijn ontzettend belangrijk om de medische kosten te drukken.

1: De beweegnorm voor kinderen en jongeren is 60 minuten per dag bewegen aan matige tot hoge intensiteit. Voor volwassenen is dit dagelijks minstens 30 minuten bewegen aan matige intensiteit.

Hoe helpt groen?

De nabijheid van parken, tuinen, groene lanen en recreatiedomeinen zetten ons aan tot bewegen.

Bewegen in een groene omgeving leidt ook tot een hogere connectie met de natuur en tot extra positieve gezondheidseffecten. Stressbeheersing en mentale gezondheid. Groen zorgt ervoor dat we sneller en beter recupereren van stress én dat we beter bestand zijn tegen toekomstige stress.

Een studie die in 2016 in the Lancet werd gepubliceerd toont aan dat mensen die in een stedelijke omgeving wonen met een vlotte toegang tot het openbaar vervoer en groene ruimte, wekelijks makkelijk 68 tot 889 minuten meer bewegen.

Ook buurtmoestuinen kunnen positief bijdragen aan de gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving. Dat blijkt uit literatuuronderzoek van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over stadslandbouw. Door in een buurtmoestuin te werken, bewegen we meer en eten we ook meer zelfgekweekte groenten en fruit. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de stress afneemt en (meer) sociale contacten in de buurt ontstaan.

Ontwikkeling van kinderen.

Kinderen die gemakkelijk toegang hebben tot veilige groene ruimtes, zijn vaker fysiek actief. Dat heeft een positieve invloed op hun ontwikkeling. Zo bevordert een groene buitenruimte creatief spel, stimuleert het de interactie tussen kinderen en volwassenen en vermindert het de symptomen van ADHD. Ook de cognitieve ontwikkeling van kinderen zou verbeteren als ze meer in de natuur komen. Hun bewustzijn en hun vaardigheden om te redeneren en te observeren worden daardoor aangescherpt. Kinderen die regelmatig buiten spelen, zijn minder vaak ziek en tonen ook meer geavanceerde motoriek, waaronder coördinatie, evenwicht en behendigheid.

Nederlands onderzoek toont aan dat jongens uit gebieden die aan de Nederlandse groennorm voldoen (minstens 75 m2 groen per woning binnen 500 meter van de woning), bijna 15 procent meer buiten spelen dan jongens in wijken die onder de norm zitten. Bij die jongens vond het onderzoek een direct verband tussen meer buiten spelen en minder kans op overgewicht. Door een uur langer buiten te spelen heb je al 25 procent minder kans op overgewicht. Ook volgens een Europese enquête is de kans op fysieke activiteit drie keer hoger, en komt obesitas 40 procent minder voor in buurten met veel groen dan in andere buurten.

Wat brengt het op?

In Nederland onderzocht men welk effect een grotere groenoppervlakte binnen een straal van een kilometer van de woning heeft op het voorkomen van specifieke ziektebeelden.

Het Agentschap voor Natuur en Bos rekende de resultaten van het onderzoek om naar Vlaanderen en kwam uit op een voordeel van ongeveer 10.000 euro per extra hectare groen, bij een gemiddelde bevolkingsdichtheid. Maar de impact en de waarde van groen hangen sterk af van het aantal inwoners dat erdoor beïnvloed wordt. In de omgeving van Herstappe zou de waarde van 10 procent extra groen overeenkomen met ongeveer 40.000 euro (of 1.260 euro per hectare), terwijl de waarde in Sint-Jans-Molenbeek ongeveer 250 keer groter is.

Voorwaarden

Groene ruimtes zullen maar effectief mensen in beweging als ze voldoen aan een aantal voorwaarden zoals: voldoende overzicht op de omgeving, variatie in het landschap en in de plantengroei. Het moet makkelijk te bereiken zijn en toegankelijk. Ook de aanwezigheid van andere mensen verhoogt het veiligheidsgevoel.

Nuttige links:

Gedeelten uit deze tekst zijn afkomstig van de ANB-brochure: “Investeer in groen, winst verzekerd!”. De volledige brochure is online beschikbaar via http://www.openbaargroen.be/investeer-in-groen-winst-verzekerd.

Studies naar waar verwezen wordt:

  • Artikel The Lancet, Physical activity in relation to urban environments in 14 cities worldwide: a cross-sectional study, 1/04/2016
  • studie RIVM : standslandbouw heeft positief effect op gezondheid